CairnTerriërs

Medisch

Vaccinatie en ontwormingsschema

Vaccinatie

Op 6 weken krijgt uw pup het puppyvaccin voor :

  • Parvovirose
  • Ziekte van Carré&hepatitis

Op 9 weken kan een eerste inenting gegeven worden voor :

  • Leptospirose

Op 12 weken kan het best een herhalinsintenting gegeven voor:

  • leptospirose & parvovirose
  • ziekte van carré & hepatitis
  • kennelhoest (aan te raden indien u met uw hond gaat showen, veel reist of aan hondensport doet)

Vanaf 16 weken kan de eerste inenting voor hondsdolheid ( rabiës ) gegeven worden.

Dan jaarlijkse herhalingsinenting zoals deze laatste, best gecombineerd met hondsdolheidsvaccinatie (welke u nodig heeft voor verblijf in het buitenland of de Belgische Ardennen). Vanaf 1 januari 2007 is de hondsdolheidsvaccinatie 3 jaar geldig binnen de EU.

Ontwormen

Uw pup werd reeds 4 maal ontwormd, namelijk op 2, 4, 6, en 8 weken ouderdom. Het eerste levensjaar kunt u best uw hond om de 2 maanden een ontwormingsmiddel geven. Daarna voor de reuen, minstens 1 maal per jaar. De teefjes, 2 maal per jaar, telkens na de loopsheid.

Gaat u veel met de hond op hondensport of tentoonstelling is het aan te raden uw hond tot zelfs vier keer per jaar te ontwormen.

Ontworm steeds uw huisdier enkele dagen voor de vaccinatie!

Levershunt

Alle pups worden getest op 7 weken bij dierenarts Dr. Pascal Van Aerschot in Sint- Joris-Weert , bij Leuven .

Wat is een Portosystemische-shunt?

Om de afwijking “portosystemische shunt” te begrijpen is het van belang te weten hoe de situatie bij een gezonde hond is. Al het bloed dat afkomstig is uit de maag, de darmen en andere buikorganen, verzamelt zicht in de poortader, die in de lever uitmondt. Met dit bloed worden alle stoffen, die in de darmen worden opgenomen naar de lever vervoerd. Naast nuttige voedingsstoffen worden uit de darmen ook uiterst giftige stoffen in het bloed opgenomen. De lever heeft als taak de giftige stoffen uit het poortaderbloed te verwijderen, zodat die niet in het lichaam kunnen binnendringen.

Een portosystemische shunt is een bloedvat dat de poortader verbindt met de achterste holle ader, die naar het hart loopt. Zo’n shunt is normaal niet aanwezig, het is dus een extra aangelegd bloedvat.

Het gevolg van een shunt zal duidelijk zijn: het poortaderbloed stroomt grotendeels door de shunt buiten de lever om naar de achterste holle ader. Daarmee komen ook de giftige stoffen vanuit de darmen direct in het lichaam terecht. Een dier met zo’n aangeboren shunt wordt daardoor langzamerhand vergiftigd. Bovendien werkt de lever niet gooed omdat er veel minder bloed dan normaal in de lever aankomt.

Verschijnselen

De symptomen van een portosystemische shunt kunnen soms al op heel jonge leeftijd worden opgemerkt, maar het kan ook één tot anderhalf jaar duren voordat verschijnselen gezien worden. Dit betekent dus dat een fokker bij een nest pups van negen weken niet met zekerheid kan zien of één van de pups een shunt heeft. Een goed uitgevoerde ammoniaktest is de enige mogelijkheid om zekerheid te krijgen.

Niet altijd zijn de symptomen van een shunt even duidelijk en meestal vertoont één hond niet alle symptomen.

Wat zijn mogelijke verschijnselen?

  • Snel moe worden.
  • Sloom zijn.
  • Veel drinken en veel plassen.
  • Vertraagde groei, “achterblijvertje”.
  • Braken, soms ook diarree.
  • Blaasontsteking, persen op de urine.

“Hersenverschijnselen”.

Hersenverschijnselen houden in: kwijlen, onhandig drinken, moeilijk slikken, “dronkenlopen”, omvallen, dwangmatige bewegingen maken (zoals in cirkels lopen of door de muur willen lopen, schijnbaar blind zijn, slecht op prikkels reageren, toevallen hebben, plotseling in slaap vallen. De verschijnselen zijn vaak wisselend in ernst; een hond kan de ene dag heel normaal lijken en de volgende dag slecht zijn. Soms is een hond vooral de eerste uren na de maaltijd ziek.